Een leven lang leren: goed voor je zelfvertrouwen en je portemonnee
In tegenstelling tot vroeger zijn banen anno 2010 niet meer ‘voor het leven’. Wie in de jaren zestig een overheidsbaan of een baan bij een groot bedrijf had, wist dat hij voor altijd save zat. Hij kon er gerust van uitgaan dat hij z’n veertig jaar vol zou kunnen maken bij de gemeente of bij ‘Hoogovens’, zoals Corus in die tijd nog heette.
Helaas zijn de tijden veranderd. Mensen die van school komen of afstuderen kunnen er niet meer op rekenen dat de baan die ze op hun 25ste aannemen een baan voor het leven zal zijn. En de meeste afgestudeerden van nu vinden dat ook geen probleem. Ze zijn op school en op de universiteit voorbereid op het jobhoppen en op een leven lang blijven leren om de kennis op peil te houden en te vergroten.
Dat is anders voor de veertigers en vijftigers van nu. Zij komen nog uit de periode dat vaste banen en een leven lang werken ‘bij de zelfde baas’ en een receptie en een maandsalaris extra als je 25 jaar in dienst bent, nog heel gewoon waren. Maar ook voor hen zijn de tijden veranderd. Ze kunnen worden ontslagen, door de ecomische crisis, door het inkrimpen van bedrijven, of – en dat gebeurt tegenwoordig veel eerder – omdat ze niet (meer) voldoen. Dat kan een hard gelag zijn.
Het enige antwoord hierop is: blijf leren. Je blijven ontwikkelen zorgt ervoor dat je, als je wordt ontslagen, je niet bij de pakken neer hoeft te gaan zitten. Je hebt immers kennis in huis om een andere baan te vinden of – zoals veel mensen doen – binnen je vakgebied een eigen bedrijf te beginnen, bijvoorbeeld als adviseur – om maar wat te noemen, of door les te gaan geven.
Blijven leren is dus in 2010 een must. Voor jongeren én voor ouderen. Goed voor je zelfbewustzijn én goed voor je portemonnee.